Stikstof in de bestuurskamer: wegkijken is geen optie meer
12 januari 2026
Voor deze eerste column in 2026 is gekozen voor een urgent en veelbesproken thema: de stikstofproblematiek. Dit onderwerp, dat voor velen ondoorzichtig blijft, dringt de bestuurskamer binnen. Tussen nieuwjaarswensen, goede voornemens en nieuwe uitdagingen kan dit dossier niet langer genegeerd worden.
Steeds meer bestuurders merken dat de stikstofproblematiek geen ver-van-mijn-bed-show meer is. Wie werkt bij of leidinggeeft aan een organisatie dicht bij een Natura 2000-gebied, komt anno 2026 onvermijdelijk met het dossier in aanraking. Waar het eerst vooral een complex juridisch verhaal leek, zijn de gevolgen nu tastbaar in de bedrijfsvoering en de besluitvorming. Nieuwe en strengere regels, verscherpt toezicht en recente uitspraken van de Raad van State hebben het speelveld blijvend veranderd.
Waar er eerst nog hoop was op soepelheid en extra tijd, is inmiddels de regel: de ruimte om achterover te leunen is weg. Vooral één punt is bepalend: het zogenoemde ‘intern salderen’ is niet langer een ontsnappingsroute. Het intern wegstrepen van stikstofuitstoot binnen de eigen bedrijfsvoering levert geen vrijstelling van de vergunningplicht meer op. Wie een bedrijf heeft dat stikstof uitstoot en een Natura 2000-gebied kan beïnvloeden, moet eerst een natuurvergunning hebben. En die vergunning is moeilijker te verkrijgen dan ooit.

Bestuurders krijgen tot 1 januari 2030 om aan de nieuwe eisen te voldoen. Tot die tijd mag het bevoegd gezag meestal niet handhaven. Maar wie dit ziet als uitstel, vergist zich. Vanaf januari 2030 is handhaving geen dreiging meer, maar realiteit. Stillegging van activiteiten, intrekking van bestaande vergunningen en langdurige juridische procedures liggen dan op de loer. De schade die daaruit voortvloeit, is vaak onomkeerbaar.
Dit raakt niet alleen de bedrijfscontinuïteit en de jaarcijfers, maar ook de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Als bestuurders te lang stilzitten, riskeert men persoonlijke aansprakelijkheid voor de schade die daardoor wordt geleden. Als een bestuur onvoldoende stappen neemt om ervoor te zorgen dat de onderneming op 1 januari 2030 aan de geldende regelgeving voldoet, kunnen de gevolgen enorm zijn en is een persoonlijk ernstig verwijt niet uit te sluiten.
Bestuurders die te lang niets doen, blijven hopen op politieke oplossingen of onvoldoende zicht hebben op de kwetsbaarheid van hun vergunningen, lopen een reëel risico. Zeker als achteraf blijkt dat risico’s niet zijn geagendeerd, geen deskundig advies is ingewonnen of wezenlijke onzekerheden niet zijn meegewogen in besluitvorming. In dergelijke gevallen kan niet alleen de onderneming, maar ook de bestuurder persoonlijk worden aangesproken op de ontstane schade. Daarbij speelt verslaglegging een steeds grotere rol. Naarmate de stikstofproblematiek concreter en voorzienbaarder wordt, mag ook in het bestuursverslag worden verwacht dat deze risico’s expliciet en onderbouwd worden benoemd. Hoe wordt de continuïteit van de onderneming geborgd?
Wat is verstandig om te doen? Probeer op tijd een overzicht te maken van de kwetsbaarheid van bestaande en nieuwe vergunningen. Analyseer welke uitbreidings- of investeringsplannen onder druk staan en laat specialisten meedenken over mitigerende maatregelen en alternatieve scenario’s. Leg vast welke afwegingen zijn gemaakt en waarom bepaalde keuzes zijn genomen. En zorg voor passende juridische ondersteuning.
Maar boven alles vraagt deze situatie om een omslag in denken in de bestuurskamer: stikstof is geen probleem voor later meer, maar speelt nu. Wie wacht tot 2030, wacht te lang. Tegen die tijd moet u al in staat zijn elke vorm van handhaving of juridische toets te doorstaan. Proactief handelen is daarmee geen aanbeveling meer, maar een zakelijke en juridische plicht.
Shanna Derksen – Partner Wijn & Stael Advocaten
mr. Shanna Derksen
Partner Wijn & Stael Advocaten
Connect via LinkedIN
Reageren? Dat kan via s.derksen@wijnenstael.nl