Turboliquidatie: beëindiging van een onderneming vraagt om zorgvuldigheid
23 juni 2026
Bij financiële problemen binnen een onderneming wordt al snel gekeken naar manieren om de vennootschap efficiënt te beëindigen. De turboliquidatie lijkt dan een aantrekkelijke route: snel, goedkoop en zonder de formaliteiten van een faillissement.
De kern van de turboliquidatie is helder. Op het moment dat een vennootschap geen baten meer heeft en er een ontbindingsbesluit wordt genomen, houdt zij direct op te bestaan. Er volgt geen formele vereffening door een vereffenaar en er is geen langdurig traject zoals bij faillissement. Juist daardoor kan de turboliquidatie aantrekkelijk zijn voor bestuurders die de vennootschap snel willen beëindigen.
Tegelijkertijd schuilt in die ogenschijnlijke eenvoud een belangrijk risico.
Een turboliquidatie kan namelijk alleen plaatsvinden als de vennootschap daadwerkelijk geen baten meer heeft. Dat lijkt een helder criterium, maar de invulling daarvan vraagt in de praktijk om een zorgvuldige beoordeling. Alles wat op de activazijde van de balans staat, kwalificeert als baat. Dit betreft niet alleen inventaris of banksaldo, maar ook openstaande vorderingen.

Voordat tot ontbinding kan worden overgegaan, zal het bestuur er dus eerst voor moeten zorgen dat er geen baten meer aanwezig zijn en dat alle lopende verplichtingen beëindigd zijn. De vennootschap moet “leeggemaakt” worden. Dat betekent onder meer het verkopen van de inventaris, het innen van openstaande vorderingen, maar ook het beëindigen van lopende contracten. Daarnaast zullen schuldeisers moeten worden betrokken bij de afwikkeling, waarbij vaak keuzes moeten worden gemaakt over de verdeling van de beschikbare middelen. Juist in die fase ontstaan belangrijke aandachtspunten.
De wet geeft geen gedetailleerde regels voor de wijze waarop een eventuele opbrengst moet worden verdeeld. Dat betekent echter niet dat volledige vrijheid bestaat. De gemaakte keuzes moeten in het licht van de omstandigheden redelijk en verdedigbaar zijn. Ook dient de wettelijke rangorde van schuldeisers in ogenschouw te worden genomen. Wanneer schuldeisers onbetaald blijven en achteraf blijkt dat de verdeling niet zorgvuldig is geweest, kan dit leiden tot aansprakelijkheid van het bestuur.
Daar komt bij dat de wetgever de afgelopen jaren aanvullende verplichtingen heeft geïntroduceerd om de transparantie rond turboliquidaties te vergroten. Na het ontbindingsbesluit moet het bestuur financiële stukken deponeren bij de Kamer van Koophandel en toelichten hoe de baten zijn vereffend en waarom bepaalde schulden onbetaald zijn gebleven. Ook moeten schuldeisers actief worden geïnformeerd. De mogelijkheid om een vennootschap “geruisloos” te beëindigen is daarmee aanzienlijk beperkt.
Voor bestuurders is vooral van belang dat de liquidatie niet alleen gevolgen heeft voor de vennootschap, maar ook voor henzelf. Het handelen van het bestuur in de periode voorafgaand aan de ontbinding kan achteraf worden beoordeeld. Indien bijvoorbeeld onrechtmatig selectief is betaald, activa onder de waarde zijn vervreemd of verplichtingen zijn aangegaan terwijl duidelijk was dat deze niet nagekomen konden worden, kan dat onder omstandigheden leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid.
Daarnaast bestaat het risico dat een schuldeiser de rechtbank verzoekt om de vereffening te heropenen wanneer het vermoeden bestaat dat er toch nog baten aanwezig waren. In meer ernstige gevallen kan zelfs een bestuursverbod aan de orde zijn. Daarmee wordt zichtbaar dat het beëindigen van de vennootschap niet betekent dat ook de verantwoordelijkheid van het bestuur verdwijnt.
Het is daarom van belang om de turboliquidatie niet te beschouwen als een snelle oplossing voor financiële problemen, maar als het sluitstuk van een zorgvuldig traject. In sommige situaties kan een andere route, zoals een herstructurering of een WHOA-traject, meer passend zijn. Welke optie het meest geschikt is, hangt sterk af van de specifieke omstandigheden van de onderneming.
Wie een turboliquidatie overweegt, doet er goed aan om vooraf kritisch stil te staan bij de eigen positie van de vennootschap en het bestuur. Het moet duidelijk zijn dat er daadwerkelijk geen baten meer zijn, dat de gemaakte keuzes in de afwikkeling goed kunnen worden onderbouwd en dat de administratie op orde is. Niet alleen voor het moment van ontbinding, maar ook voor de periode daarna, wanneer mogelijk vragen worden gesteld door schuldeisers of andere betrokkenen. De turboliquidatie kan een effectief instrument zijn om een onderneming ordentelijk te beëindigen. Die effectiviteit staat of valt echter met de zorgvuldigheid waarmee het traject wordt doorlopen. Snelheid kan aantrekkelijk zijn, maar vraagt juist om extra aandacht. Wie dat onderkent, voorkomt dat een ogenschijnlijk eenvoudige beëindiging alsnog leidt tot complexe discussies achteraf.
Deze bijdrage is geschreven door Inge Lok, advocaat bij Wijn & Stael Advocaten, gespecialiseerd in ondernemingsrecht, herstructureringen en insolventierecht.
mr. Shanna Derksen
Partner Wijn & Stael Advocaten
Connect via LinkedIN
Reageren? Dat kan via s.derksen@wijnenstael.nl